VERHOOGDE KANS OP DE ZIEKTE VAN PARKINSON NA EEN DEPRESSIE
(Met dank aan Marjan van den Akker, vakgroep
Huisartsengeneeskunde te Maastricht voor de samenvatting van het artikel).
Mensen die een depressie hebben of hebben gehad hebben een bijna 3 keer grotere kans op de ziekte
van Parkinson in vergelijking met mensen die nooit een depressie hebben gehad. Dit blijkt uit een
studie gepubliceerd is in het Amerikaanse tijdschrift Neurology. Voor dit onderzoek is gebruik
gemaakt van het RegistratieNet Huisartspraktijken van de Universiteit Maastricht, waarin relevante
gezondheidsproblemen van meer dan 100.000 mensen worden geregistreerd. Alle mensen die in een periode
van 15 jaar een depressie kregen werden geïdentificeerd. Deze 1.358 mensen werden gematched met mensen
uit de registratie die hetzelfde geboortejaar hebben, maar die nooit een depressie hebben gehad (67.570 mensen).
Beide groepen zijn 9 tot 25 jaar gevolgd om te bepalen hoeveel mensen in die periode de ziekte van Parkinson
kregen. Van de mensen die een depressie hebben (gehad) ontwikkelde 19 personen de ziekte van Parkinson; bij
de niet-depressieven was dat 259, een bijna 3 keer grotere kans voor mensen met een depressie.
Uit eerdere studies was al bekend dat depressie relatief vaak voorkomt bij Parkinson patiënten, maar dit is
de eerste studie die aantoont dat depressie ook vaker voorkomt voorafgaand aan de ziekte van Parkinson.
Het is de vraag of depressie bij deze patiënten gezien moet worden als een eerste symptoom van de ziekte van
Parkinson, dat optreedt vóór patiënten andere symptomen hebben en de diagnose krijgen. Eerder onderzoek heeft
aangetoond dat Parkinson patiënten in de hersenen een verlaagd serotonine gehalte hebben. Serotonine activiteit
speelt een belangrijke rol in depressie. Bovendien speelt serotonine een rol bij de afgifte van dopamine in de
hersenen. Omdat de dopamine-activiteit verlaagd is bij Parkinson patiënten, wordt verondersteld dat de
serotonine-activiteit door compensatie eveneens verlaagd is bij de groep. Deze reductie verhoogt de kans
op depressie. Omdat de verminderde serotonine-activiteit al langdurig kan bestaan voordat de motorische
symptomen van de ziekte van Parkinson optreden, kan het risico op depressie ook verhoogd zijn lang voor
de symptomen van de ziekte van Parkinson optreden.
Bron: Schuurman AG, van den Akker M, Ensinck KTJL, Metsemakers JFM, Knottnerus JA, Leentjens AFG, Buntinx F.
Increased risk of Parkinson's disease after depression: a retrospective cohort study.
Neurology, 2002;58:1501-1504.
Terug
HET LATEN BIJHOUDEN VAN EEN DAGBOEK OP PAPIER IS ONBETROUWBAAR
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Artsen vragen patiënten wel eens naar hun recente ervaringen ten aanzien van pijn, vermoeidheid en de kwaliteit van
leven. Onderzoek heeft echter aangetoond dat het geheugen nogal onbetrouwbaar is, inaccuraat en vol vooroordelen.
Om dit te voorkomen, wordt er gebruik gemaakt van het bijhouden van dagboeken, waarmee beoogd wordt de ervaring
vlak bij het tijdstip dat er iets bijzonders optreedt, vast te leggen. Hiermee zou er betere en betrouwbare
informatie voorhanden kunnen zijn. Dan moet het dagboek alleen wel volgens een vast protocol worden ingevuld.
In dit onderzoek heeft men getracht te registreren hoe betrouwbaar patiënten zijn in de rapportage over hun
dagboekgebruik, waarbij het bij houden van een dagboek op papier werd vergeleken met het bijhouden van een
elektronisch dagboek. De onderzoekers hadden bij beide dagboek methoden sensoren en daarmee een controlemechanisme
ingebouwd waardoor geregistreerd werd op welk tijdstip het dagboek feitelijk gebruikt werd. Van 80 chronische
pijnpatiënten werden er 40 aan elke dagboek methode toegewezen. Patiënten moesten pijnschalen en korte vragenlijsten
invullen en daarbij telkens tijdstip en dag waarop ze hun gegevens invulden aangeven. In het papieren dagboek zaten
fotosensoren die registreerden wanneer er licht op viel. Het elektronische dagboek was een Palm computer waarop de
zelfde vragenlijsten stonden. Hierbij zaten wel een aantal hulpmiddelen om de compliance (therapietrouw) zo hoog
mogelijk te maken, waaronder een akoestisch signaal om aan te geven, dat het weer tijd was om het dagboek in te
vullen. Dit gebeurde 3 x op een dag, 10 uur 's morgens en 4 en 8 uur 's avonds, waarbij de patiënten een speling
van een kwartier hadden rond het aangegeven tijdstip om hun data in te voeren (30 min. criterium).
Resultaat: De zelf genoteerde therapietrouw werd afgelezen aan de dag en tijd die patiënten zelf invulden in hun
dagboek; de werkelijke therapietrouw aan de door de sensoren of de computer geregistreerde dag en tijd. Bij het
dagboek op papier werd door patiënten zelf aangegeven 90% op een bepaalde dag en tijd te hebben ingevuld, terwijl
dit in werkelijkheid maar 11% was (!!). Bij het elektronische dagboek was de werkelijke compliance 94%.
Conclusie: Bedenkingen over de waarde en de validiteit van op papier bijgehouden dagboeken zijn terecht. Het
bijhouden van een elektronisch dagboek kan wel degelijk nuttig en betrouwbaar zijn.
Bron: Arthur A Stone, Saul Shiffman, Joseph E Schwartz, Joan E Broderick, and Michael R Hufford.
Patient non-compliance with paper diaries BMJ 2002; 324: 1193-1194
Terug
GEEF MANNEN RICHTINGEN EN VROUWEN GEBOUWEN
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Mannen en vrouwen blijken verschillende strategieën te gebruiken om hun plaats van bestemming te bereiken. Bij
navraag blijken mannen in hun beschrijvingen meer wiskundige of oriëntatie strategieën te gebruiken, zoals
noord/zuid richting of exacte afstanden. Vrouwen hebben het meer over vaste punten ('landmarks') en fysieke
of zichtbare aanwijzingen uit de omgeving, wanneer ze een specifieke locatie proberen te bereiken.
In een onderzoek lieten Saucier en haar collega's 42 mannelijke en vrouwelijke studenten hun weg zoeken naar 4
onbekende bestemmingen op hun campus, waarbij ze ofwel instructies kregen in oriëntatie-stijl of juist met
omgevingsgerichte instructies.
Vrouwen die de oriëntatie-stijl aanwijzingen volgden, maakten meer fouten en arriveerden veel later dan de mannen.
Deze taak werd op papier nog eens herhaald met 40 andere studenten. Mannen deden het het best met de oriëntatie-stijl
aanwijzingen. Maar vrouwen die de omgevings-georiënteerde instructies volgden, waren met de oefening sneller klaar
dan de mannen met dezelfde instructie en sneller dan vrouwen met de andere instructie.
Kortom: mannen doen het net zo goed als vrouwen met de bij hen passende instructies.
De reden voor deze seksespecifieke voorkeuren in navigatiestrategie zou te maken kunnen hebben met de biologische
verschillen tussen mannen en vrouwen. Het vorige onderzoek van Saucier suggereert een belangrijke rol voor testosteron
op het vermogen om de weg te kunnen vinden en zich te oriënteren in de ruimte.
'Vrouwen met een relatief hoge testosteronspiegel.. kunnen zich beter oriënteren in hun omgeving en abstracte
instructies volgen, zoals "ga 100 m verder en draai naar het noorden". Hetzelfde geldt voor mannen met een relatief
lage testosteronspiegel. Zij zijn relatief beter in de navigatie door gebruik van omgevingsaanwijzingen dan mannen
met relatief hoge testosteronspiegels. Deze resultaten duiden op een biologische basis voor deze vermogens, en niet
zozeer op een sociaal leerproces', aldus Saucier.
Bron: Saucier DM, Green SM, Leason J, MacFadden A, Bell S, Elias LJ. Are sex differences in navigation
caused by sexually dimorphic strategies or by differences in the ability to use the strategies? Behav Neurosci.
2002 Jun;116(3):403-10.
Terug
BABY LOOPWAGEN VERTRAAGT DE NORMALE MOTORISCHE ONTWIKKELING BIJ KINDEREN
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Kinderen die gebruik maken van een loopwagen hebben een tragere motorische ontwikkeling en een grotere kans op letsel.
Het gebruik van dit babymateriaal zou dus afgeraden moeten worden. Dit is het advies van een groep Ierse onderzoekers
die bij 190 baby's onderzochten wat het effect is van het lopen in een loopwagen op de motorische ontwikkeling. De
normale mijlpalen in de motorische ontwikkeling zijn o.a.. het hoofd optillen, rollen, gaan zitten met en zonder steun,
kruipen, gaan staan met en zonder hulp, en lopen met en zonder hulp. Bij 102 kinderen die gebruik maakten van een
babywalker trad het kruipen, het alleen staan en het alleen lopen later op dan de kinderen die geen gebruik maakten
van een loopwagen. Voor elke 24 uur dat ze in een babywalker hadden gelopen, was er een vertraging met 3.3 dagen bij
het alleen lopen en van 3.7 dagen bij het alleen staan. Dat er een grotere kans op ongelukken was, was al bekend. Nu
vertraagt het ook nog de normale motorische ontwikkeling. Het gebruik ervan zou dus ontraden moeten worden.
Bron: M Garrett, A M McElroy, and A Staines. Locomotor milestones and babywalkers: cross sectional study.
BMJ 2002;324:1494.
Terug
ASPIRINE MOGELIJK WERKZAAM TEGEN BIJWERKINGEN CHEMOTHERAPIE
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Naast de bekende indicatiegebieden voor aspirine blijkt uit dierexperimenten dat het middel goed ingezet kan worden
tegen sommige toxische effecten van cisplatin, een medicijn dat gebruikt wordt bij de behandeling van kanker.
Onderzoek onder leiding van Dr. Geming Li uit New York toonde aan dat zowel mensen als ratten die cisplatin toegediend
kregen als bijwerking doofheid en nierbeschadiging ontwikkelden. Deze negatieve effecten van cisplatin namen beduidend
af indien er naast chemotherapie ook aspirine toegediend werd. De chemotherapeutische werking van cisplatin bleef onveranderd.
Dr. Li concludeert dat aspirine niet alleen analgetische, bloedverdunnende en anti-inflammatiore werkingen heeft
maar wellicht ook de kwalijke bijwerkingen van cisplatin kan bestrijden. Hoe dit mogelijk is, is nog onduidelijk.
Er zijn aanwijzingen om aan te nemen dat de vrije zuurstof radicalen die vrijkomen door cisplatin met behulp van
aspirine bestreden worden.
Bron: Geming Li, Su-Hua Sha et al, Salicylate protects hearing and kidney function from cisplatin toxicity
without compromising its oncolytic action. Laboratory Investigation, 82:585-596 ( May, 2002)
Terug
MEDIA CAMPAGNE KAN ATTITUDES OVER RUGKLACHTEN BEÏNVLOEDEN
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Wetenschappers Buchbinder, Jolley en Wyatt uit Australië deden onderzoek naar het effect van een grote, op de bevolking
gerichte media campagne, die tot doel had de huidige inzichten over het beleid bij lage rugklachten meer bekendheid te geven.
Met dit onderzoek en deze publicatie in Spine wonnen zij in 2001 de prestigieuze Volvo Award for Clinical Studies.
In dit onderzoek werd in 1997 in de staat Victoria een multimedia campagne gevoerd (o.a. grote billboards langs de weg met
teksten als "Back pain- don't take it lying down",televisiecommercials, interviews op radio en televisie met experts en
beroemde personen en aanmoedigingen om The Back Book te lezen). De boodschap dat lage rugpijn geen ernstig medisch probleem
is, beperkingen door rugpijn kunnen worden voorkomen door een actieve en positieve attitude en (zelf)behandeling door te
blijven bewegen de beste resultaten geeft, werd op een directe manier, met simpel taalgebruik, gebracht.
In de aangrenzende staat New South Wales, demografisch vergelijkbaar met Victoria, werd de campagne niet gevoerd. Hierdoor
kon New South Wales als controle gebruikt worden.
De studie omvatte metingen bij 4730 individuen uit de algemene bevolking en 2556 huisartsen. Met behulp van de Back Beliefs
Questionnaire en Fear-Avoidance Beliefs Questionnaire werden de attitudes en ideeën over rugpijn gemeten. Bij de huisartsen
werd geïnformeerd naar "behandel beleid".
In Victoria bleek dat de populatie na de campagne veel beter scoorde op de Back Beliefs Questionnaire. Bij de mensen die
tijdens de periode van het onderzoek rugklachten hadden, bleek dat hun bewegingsangst en vermijdingsgedrag aanzienlijk
minder werd dan bij patiënten in New South Wales.
Ook bleek dat de artsen in Victoria minder medische interventies toepasten of minder voorschreven dan de collegae in New
South Wales.
Noot: Een nieuwe aanpak van lage rugklachten, zoals gepropageerd in vrijwel alle (inter-)nationale richtlijnen,
waarbij een afwachtend beleid gevoerd wordt met een minimum aan therapieën en interventies, zal alleen dan succesvol
zijn als de attitude van zowel de bevolking als de behandelaars verandert. Een gedragsgeoriënteerde behandeling waarbij
de patiënt afstand doet van passieve therapieën en de behandelaars, "hands off" moeten begeleiden, vereist een verandering
van attitude. Een massacampagne zou daarbij blijkbaar een goed middel kunnen zijn. ( A&A)
Bron: Buchbinder, R. et al, Effects of a media campaign on back pain beliefs and its potential influence on
management of low back pain in general practice, Spine 2001; 26:2535-2542
Terug
(A&A: EEN NIEUWE EN VEELBELOVENDE TECHNIEK !):
INTRADISCALE ELECTROTHERMISCHE THERAPIE BIJ CHRONISCHE LAGE RUGPIJN
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Patiënten met chronische discogene lage rugpijn die ondanks intensieve niet-chirurgische behandeling geen
verlichting hadden van hun klachten verbeterden aanzienlijk na Intradiscale Electrothermische Therapie (IDET).
De chirurgen Saal en Saal uit Californië maken melding van een studie bij 58 patiënten, die meer dan 6 maanden klachten
hadden, en die IDET ondergingen. Deze operatietechniek ( waarbij er een electrothermische catheter wordt ingebracht in
de discus ) is aanzienlijk minder invasief dan de traditionele technieken. Tot 2 jaar na de ingreep bleek de groep een
significant herstel te vertonen. De pijn (VAS-scores) verminderde en de kwaliteit van leven (SF-36 scores) en fysiek
functioneren (tolerantie voor het zitten) verbeterden aanzienlijk. Dit onderzoek bevestigt de bevindingen van eerder
onderzoek naar deze nieuwe techniek.
Bron: J.A. Saal en J.S. Saal , Intradiscal Electrothermal Treatment for chronic discogenic low back pain,
Spine 2002; 27:966-973
Terug
DODELIJK SAAI WERK!
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Dat saai en monotoon werk en weinig inbreng van de werknemer in besluiten op het werkvloer kan leiden
tot klachten van het bewegingsapparaat is al heel lang bekend. Maar dat het zelfs een gevaar voor het
leven kan zijn toont een recent onderzoek aan uit Houston. Onderzoek naar fysieke en psychische factoren bij
5000 huishoudens in de periode 1968 tot 1992 liet zien dat mensen die hun hele leven werkten onder weinig
stimulerende omstandigheden met weinig beslissingsbevoegdheden 43% hogere sterftekans hadden dan werknemers
in functies die veel leidinggeven vereisen.
Ook bleek dat mensen met "passieve" beroepen waarbij lage eisen gesteld worden en weinig invloed is bij de
werknemer over welke werkzaamheden er verricht moeten worden, een 35% hogere sterftekans hebben. Deze percentages
bleken tot zelfs 10 jaar na pensionering significant te blijven.
(Cynische noot A&A: blijkbaar halen ze hun pensionering nog wel!)
Bron: Amick,B.C et al, Relationship between all-cause mortality and cumulative working life course psychosocial
and physical exposures in the U.S. labor market from 1968 to 1992 , Psychosomatic Medicine 2002; 64:370-381
Terug
PITTIG RECEPT TEGEN ALZHEIMER EN COLITIS
(A. Khan, Fysiotherapeut MCN, Amsterdam Noord en A. van Stegeren, Fysiotherapeut/Manueeltherapeut,
Psycholoog aan de U.v.A., Amsterdam)
Curcuma Longa, ook wel bekend als turmeric, kurkuma, geelwortel of haldi, is de laatste tijd in de belangstelling van
"serieuze" onderzoekers. Deze wortel wordt gebruikt in de Indiase keuken (van milde curries tot de heetste vindaloo´s).
De belangstelling voor de geneeskrachtige eigenschappen van deze specerij nam toe nadat populatieonderzoek aantoonde
dat de ziekte van Alzheimer beduidend minder frequent voorkomt onder de oudere Indiase bevolking (1% van de mensen
ouder dan 65 jaar) dan in westerse landen (10% in de V.S.).
Van kurkuma is inmiddels bekend dat het een anti-oxidant is met tevens een anti-inflammatoire werking.
De ziekte van Alzheimer wordt o.a. gekenmerkt door opstapeling van amyloïde plaques (opeenhoping van lichaamseigen
eiwitfragmenten) in de hersenen. Onderzoekers van de University of California in Los Angeles dienden amyloïd toe bij
ratten . Eén groep kreeg een kurkuma rijk dieet, de controle groep niet. De eerste groep ontwikkelde veel minder
plaques in de hersenen en presteerde aanzienlijk beter tijdens geheugentests. Kurkuma bleek ook de Alzheimer gerelateerde
ontstekingen in de hersenen te remmen.
Dat deze stof nog meer heilzame werkingen kent werd gemeld tijdens het jaarlijkse gastro-enterologen congres in San
Fransisco in mei van dit jaar. Dr. Ken Sugimoto (Japan) maakte melding van een onderzoek waarbij ratten middels het
toedienen van een chemische substantie een ernstige colitis (ontsteking van het colon) ontwikkelden. 30% van de ratten
stierf na enige tijd. Van de ratten die een dieet met 5% kurkuma kregen, stierf slechts 20 %. De ratten die 2 dagen
vóórdat de colitis geïnduceerd werd (preventief) kurkuma kregen, bleken allen het experiment te overleven!
Sugimoto concludeert dat kurkuma een in potentie sterk middel kan zijn tegen inflammatoire stoornissen van de darmen.
Er zijn dus aanwijzingen dat kurkuma een heilzame werking heeft. Zij die geen liefhebber zijn van de Indiase keuken kunnen
kurkuma (turmeric) ook als capsule ( 500 mg Capsules, dagelijks in te nemen) verkrijgen.
Bron: Lim, G.P. et al, The curry spice curcumin reduces oxidative damage and amyloid pathology in an
Alzheimer transgenic mouse. J Neurosci 2001, Nov.21:8370-7
Terug
|